Wijziging bouwbesluit: eigenaar bepaalt over varend woonschip, niet de gemeente

Uit Woonschepen Comite Groningen
Versie door DirkVanDriel (Overleg | bijdragen) op 14 jun 2017 om 10:02

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Zoals door het WCG was geconstateerd is het aan eigenaren van varende schepen zelf om te bepalen of zij in het vervolg als drijvend bouwwerk moeten worden beschouwd. Voormalige vaartuigen hoeven niet te voldoen aan het overgrote deel van het Bouwbesluit terwijl zij wel als omgevingsvergunningplichtig worden beschouwd.

Dit valt op te maken uit artikel 1.12b 5 van het gewijzigde Bouwbesluit. Daarin wordt gesteld dat de hoofdstukken 2 tot en met 7 van het Bouwbesluit niet van toepassing zijn. In een toelichting bij de wijziging staat nadrukkelijk: “Gemeenten zullen vanaf de inwerkingtreding van de wijziging van het Bouwbesluit hiermee moeten werken. De ruimte voor eigen regelgeving op dit gebied wordt daarmee ingeperkt”. Dit betekent dat de gemeente Groningen dus niet een eigen beleid mag voeren. Uit de begeleidende brief bij de Watervisie blijkt de gemeente dat niet goed te beseffen. Het college schreef: “Mocht de praktijk uitwijzen dat er meer schepen dan waar we nu op inzetten een drijvend bouwwerk moeten worden dan levert hen dat niet meer of minder rechten dan ‘varende schepen’ in de Noorderhaven”. Daarbij moet nog opgemerkt worden dat de gemeente er vanuit gaat dat zij dacht te kunnen bepalen welke schepen varend zijn en welke drijvende bouwwerken terwijl de wijziging van het Bouwbesluit die beslissing aan de eigenaar van het schip laat. Ook is nu duidelijk dat al wordt een varend schip een drijvend bouwwerk, de bouwregelgeving grotendeels niet van toepassing is.

Opvallend is verder nog dat een steiger wordt beschouwd als aansluitend terrein. Dit in verband met de veiligheidseisen voor vluchtroutes.

Tevens is bepaald dat er weliswaar een duidelijk onderscheid is tussen een perceel en een ligplaats maar dat de afstand tussen wanden van naast elkaar gelegen drijvende bouwwerken 5 meter moet zijn. De grens van de ligplaats is in dat geval een denkbeeldige perceelgrens. Bij nieuwbouw zullen dat soort buitenwanden moeten voldoen aan allerlei bepalingen die te maken hebben met onder andere brandveiligheid.

Zoals eerder gemeld gelden deze regels niet voor bestaande situaties op basis van het overgangsrecht zoals dat is geformuleerd in de Wet Verduidelijking Voorschriften Woonboten. Bij nieuwbouw zullen wel de betreffende bepalingen van het gewijzigd Bouwbesluit moeten worden gevolgd.

Opvallende punten: De milieueisen aan woonboten zijn lager vanwege de ligplaatsen die zich vaak in de binnensteden bevinden. Door allerlei ongunstige effecten die daaruit voortvloeien zijn dat soort eisen minder streng bij drijvende bouwwerken dan bij huizen op de wal, ook als het gaat om nieuwbouw.

Drijvende bouwwerken hoeven niet aangesloten te worden op het elektriciteits-, gas- en eventueel aanwezig warmtedistributienet.

Het is nog niet duidelijk wanneer het gewijzigde Bouwbesluit precies van kracht zal zijn. De verwachting is vanaf 1 januari 2018. Het concept heeft voor een internetconsultatie ter inzage gelegen. De Landelijke Woonboten Organisatie (LWO) heeft enkele opmerkingen gemaakt over de wijziging.